De gedaagde huurt een woning van eiser en is sinds december 2023 in gebreke gebleven met het betalen van de huur. Ondanks een betaling van een deel van de achterstand in mei 2024, zijn de huurtermijnen daarna niet voldaan. Eiser vordert in kort geding ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur inclusief rente en incassokosten.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand aanzienlijk is en dat de tekortkoming van de huurder ernstig genoeg is om ontruiming te rechtvaardigen. Er is een spoedeisend belang bij de vordering, en het is aannemelijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zullen worden bevolen.
De gevorderde hoofdsom, inclusief rente en incassokosten, wordt grotendeels toegewezen, met een correctie op de incassokosten conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van de huur vanaf augustus 2024 tot ontruiming. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.