Uitspraak
wonende in [woonplaats],
gevestigd en kantoorhoudende in [vestigingsplaats],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Overijssel
Eiser was in dienst bij gedaagde tot 1 mei 2024 en vordert betaling van salaris over april, mei en juni 2024. Gedaagde betwist dat de arbeidsovereenkomst na 1 mei 2024 voortduurde. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van eiser voldoende is aangetoond vanwege financiële problemen.
De kantonrechter stelt vast dat het niet aannemelijk is dat de arbeidsovereenkomst tot 1 juli 2024 loopt, zoals eiser stelt, en dat dit in de bodemprocedure moet worden beoordeeld. Daarom wordt de vordering voor mei en juni afgewezen. Wel staat vast dat eiser recht heeft op salaris over april 2024.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het salaris over april 2024, vermeerderd met vakantiegeld, emolumenten, eventuele cao-verhogingen, wettelijke rente vanaf 1 mei 2024, een wettelijke verhoging van 40%, buitengerechtelijke incassokosten met rente vanaf dagvaarding en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van salaris april 2024 met wettelijke rente, verhoging en incassokosten; vorderingen voor mei en juni worden afgewezen.