Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
(feit 1 en feit 2). Verdachte ontkent dat hij [slachtoffer 1] met het vuurwapen heeft bedreigd. Hij ontkent de verbale bedreigingen niet. Verdachte heeft verklaard dat er een worsteling is ontstaan nadat [slachtoffer 1] het vuurwapen in de binnenzak van zijn jas had gezien. Dat gebeurde toen hij het vuurwapen uit zijn jas haalde om het onder de bijrijdersstoel te leggen
(feit 3). Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich op 29 januari 2024 “niet zo netjes” heeft uitgelaten tegenover de politie
(feit 4 en feit 5).
dspirant bij politie eenheid Oost-Nederland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
remissie) en van antisociale trekken. Verdachte verliest zijn rem als hij alcohol gebruikt en is al meerdere malen onder invloed van alcohol verbaal en fysiek agressief geweest. Hij is ook eerder met Justitie in aanraking gekomen wegens het rijden onder invloed van alcohol. Desondanks heeft hij niet de keuze gemaakt om te stoppen met het drinken van alcohol. Hij heeft geen pogingen gedaan om zijn alcoholinname in het weekend te verminderen en heeft te weinig verantwoordelijkheid genomen zijn gedrag te veranderen. Geadviseerd wordt om verdachte de onder parketnummer 08.034760.24 gepleegde feiten volledig toe te rekenen. Ten tijde van het opmaken van het rapport ontkende verdachte de oplichting van [slachtoffer 2] en het witwassen. Hij is zich wel bewust van het onrechtmatige hiervan. Gelet op de ontkennende houding van verdachte ten tijde van het opmaken van het rapport, konden aan zijn gedrag ten grondslag liggende drijfveren en motieven ten tijde van het ten laste gelegde niet nader onderzocht worden. Om deze reden kon er met betrekking tot het parketnummer 08.239083.23 geen advies worden gegeven over het al dan niet toerekenen van het tenlastegelegde aan verdachte. De psycholoog adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen.
Vanuit het geïntegreerde eindoordeel (HCR-20v3 en SAPROF) wordt de inschatting gemaakt dat er onbehandeld sprake is van een matig-hoog recidiverisico. Op korte termijn is de kans op recidive matig omdat hij zijn gedrag wil veranderen omdat hij niet terug wil naar de penitentiaire inrichting. Dat zal zijn motivatie (op korte termijn) versterken. Vooral zijn problemen met middelen en zijn antisociale trekken maken op langere termijn de kans op recidive hoog (in de vorm van bedreigingen/verbaal en/of fysiek geweld).
pijlers van zijn problematiek. Als eerste dient de focus te liggen op zijn middelenproblematiek en in het verlengde daarvan op het maken van een delictscenario c.q. het leren kennen van zijn valkuilen. Tot slot dient in de behandeling aandacht te zijn voor zijn antisociale trekken. Om te voorkomen dat er zich bij verdachte een antisociale persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt dienen zijn gedrags- en gevoelspatronen met bijvoorbeeld schematherapie te worden behandeld. Verdachte is gemotiveerd voor behandeling. Geadviseerd wordt de behandelingen op ambulante wijze in te zetten. Wel is het van belang dat de reclassering hem ondersteunt in het maken van afspraken thuis en in de monitoring hiervan zodat verdachte zich thuis aan regels en afspraken blijft houden. Geadviseerd wordt om behandeling plaats te laten vinden binnen het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf.
7.De schade van benadeelden
schadeheeft geleden, en niet, zoals de raadsvrouw lijkt te suggereren, om de vraag in hoeverre de pleger van het strafbare feit de baten van dat feit heeft ontvangen.
8.De vorderingen tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden;
10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.945,63, (zegge: duizend negenhonderd vijfenveertig euro en drieënzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
29 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 4.000,00 (zegge: vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2024 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 1] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
50 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vordering
af;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 augustus 2021 voorwaardelijk opgelegde
werkstrafvoor de duur van
60 (zestig) urensubsidiair 30 dagen jeugddetentie.
mr. N.P. Heisterkamp, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2024.