Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
2. op 14 maart 2024 [slachtoffer 2] heeft mishandeld;
3. op 19 maart 2024 een raam van een woning aan de [adres 1] heeft vernield;
4. in de periode van 17 maart 2024 tot en met 19 maart 2024 een e-bike heeft geheeld dan wel een e-bike heeft gestolen;
5. op 19 maart 2024 een I- pad, sleutelbos en een laptop heeft geheeld dan wel een I-pad, sleutelbos en een laptop heeft gestolen uit een woning.
3.De bewijsmotivering
Feit 1
Feiten 4 en 5
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
feit 2, het misdrijf: mishandeling;
feit 3, het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
parketnummer 08.061757.24,parketnummer 05.061728.24 onder 2 en 3,parketnummer 08.073593.24 onder 1 en 2,parketnummer 08.097569.24 onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 primairten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
onder parketnummer 08.061757.24het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13 eerste Pro lid van de Wet wapens en munitie;
feit 3, het misdrijf: opzetheling;
onder parketnummer 08.073593.24feit 1, het misdrijf: wederspannigheid;
feit 2, het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt gedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,
onder parketnummer 08.097569.24feit 1, misdrijf: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
feit 2, het misdrijf: mishandeling;
feit 3, het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;
feit 4, primair, het misdrijf: opzetheling
feit 5, primair, het misdrijf: opzetheling
een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (twee) jaren;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 400,00 (zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 8 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 350,00, (zegge: driehonderd vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vordering
af.