Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- [medeverdachte 1] werd in de woning aangetroffen op het moment dat [slachtoffer 1] werd bevrijd uit de kelder.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij hoorde dat [slachtoffer 1] in de woning aan het bellen was met zijn broer [slachtoffer 2] en dat er werd gesproken over € 4.000,--.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 2] heeft gebeld en hem onder druk heeft gezet om losgeld te betalen. Meeluisterende verbalisanten hebben [medeverdachte 1] onder andere horen zeggen, zakelijk weergegeven, dat als [slachtoffer 2] over een half uurtje niet zou komen, de prijs € 10.000 zou worden, en even later dat [slachtoffer 2] zijn broer die dag niet meer te zien zou krijgen.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat op moment dat hij de gesprekken met [slachtoffer 2] voerde alle betrokkenen aanwezig waren.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] naar de kelder moest.
- Ook [medeverdachte 2] heeft verklaard dat alle betrokkenen in de woning aanwezig waren op het moment dat [medeverdachte 1] met [slachtoffer 2] belde. Na het eerste gesprek met [slachtoffer 2] zei [medeverdachte 1] onder andere dat als er niet betaald zou worden [slachtoffer 1] niet weg mocht.
- Een chat tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ( [alias 3] ) waarbij [medeverdachte 1] appt ‘Anders laat ik die boy gaan, dus bel me terug’. Waarna [medeverdachte 3] terug appt: ‘We gaan die broertje laten gaan, maar nu nog niet’.
- [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft verzocht te komen naar de [adres 4] en dat ze vervolgens samen in een taxi zijn gestapt naar de woning aan de [adres 2] . [medeverdachte 3] heeft daarbij tegen [slachtoffer 1] gezegd dat ze daar zouden gaan chillen, terwijl [medeverdachte 3] wist dat de anderen daar zouden zijn met wie [slachtoffer 1] een conflict had.
- [medeverdachte 3] heeft verder verklaard dat hij hoorde dat [slachtoffer 1] in de woning aan het bellen was met zijn broer [slachtoffer 2] en dat er werd gesproken over € 4.000,--.
- Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij de telefoons van [slachtoffer 1] op 31 maart 2023 in de magnetron in de tuin heeft gelegd terwijl hij wist dat [slachtoffer 1] nog in de kelder zat, zodat [slachtoffer 1] geen contact kon opnemen met anderen.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat alle betrokken personen ( [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ), met uitzondering van [verdachte] aanwezig waren op het moment dat [slachtoffer 1] in de kelder werd geplaatst.
- [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 3] ‘ [alias 2] ’ [medeverdachte 4] heeft meegenomen omdat [medeverdachte 3] hem graag bij het gesprek wilde hebben.
- [medeverdachte 3] heeft in de loop van de nacht en ochtend van 30 maart 2023 op 31 maart 2023 regelmatig telefonisch contact gehad met [medeverdachte 1] . Op 31 maart 2023 om 3:09 uur heeft [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] gestuurd: “Niks gehoord”, waarop [medeverdachte 3] heeft geantwoord: “Nee niks man”.
- [medeverdachte 3] heeft op 31 maart 2023 in de middag berichten naar [medeverdachte 2] gestuurd: “Haal die jongen daar weg” en “Zet hem in [locatie 2] als je kan”. Met ‘ [locatie 2] ’ bedoelde hij [locatie 2] , zo heeft [medeverdachte 3] bij de politie verklaard.
- [medeverdachte 3] heeft op 31 maart 2023 in de middag als reactie op het bericht van [medeverdachte 1]
- [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 3] de ‘ [alias 2] ’ [medeverdachte 4] heeft opgehaald en heeft meegenomen naar de woning aan de [adres 2] . [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [verdachte] arriveren tegelijk bij de woning van [medeverdachte 1] . In de woning is [medeverdachte 2] boos geworden op [slachtoffer 1] . Er is gezegd tegen [slachtoffer 1] dat er geld moest komen omdat hij anders niet naar huis mocht. Ook moest [slachtoffer 1] zijn telefoons afgeven. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij aanwezig was tijdens twee of drie telefoongesprekken die [medeverdachte 1] met [slachtoffer 2] heeft gevoerd, waaronder het gesprek van 23.02 uur met [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] heeft verklaard dat tijdens dit gesprek is gezegd: “We deinzen nergens voor terug, niks te verliezen”. Ook heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij uit de telefoon van [slachtoffer 1] telefoonnummers heeft verwijderd.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat iedereen, behalve [verdachte] aanwezig was toen [slachtoffer 1] de kelder in moest.
- [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de woning samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] heeft verlaten.
- [medeverdachte 2] heeft gedurende de nacht van 30 maart 2023 op 31 maart 2023 telefonisch contact gehad met [medeverdachte 1] .
- [medeverdachte 3] heeft op 31 maart 2023 in de middag berichten naar [medeverdachte 2] gestuurd: “Haal die jongen daar weg” en “Zet hem in [locatie 2] ( [locatie 2] ) als je kan”. [medeverdachte 2] heeft daarop gereageerd met “Dat kan niet bro”.
- [medeverdachte 1] heeft op 31 maart 2023 een bericht gestuurd naar [medeverdachte 2] : “Dit is niet eens mijn shit maar ben ik wel de hele fucking dag met deze gedoe in mijn huis en die mensen die zelf met die shit te maken hebben zijn er fucking niet aanwezig (…) Dus neem jullie fucking verantwoordelijk”.
- Op 31 maart 2023 was [medeverdachte 2] in de woning aanwezig ten tijde van de inval van het arrestatieteam waarbij [slachtoffer 1] opgesloten in de kelder werd aangetroffen.
- [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 3] [medeverdachte 4] heeft opgehaald en meegenomen naar de [adres 2] .
- [medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 4] aanwezig was bij het telefoongesprek met [slachtoffer 2] waarbij € 4.000,-- aan losgeld werd geëist.
- Ook [medeverdachte 1] heeft verklaard dat op moment dat er gesprekken plaatsvonden met [slachtoffer 2] iedereen in de woning aanwezig was.
- [medeverdachte 3] heeft ook verklaard dat [medeverdachte 2] op verzoek van [medeverdachte 4] het nummer van [medeverdachte 4] uit de telefoon van [slachtoffer 1] moest verwijderen.
- Verder heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 4] de telefoons van [slachtoffer 1] in de magnetron moest leggen, zodat [slachtoffer 1] geen contact kon opnemen.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat iedereen aanwezig was op moment dat [slachtoffer 1] naar de kelder werd gebracht, met uitzondering van [verdachte] , die was al weg. Daarna zijn de anderen tegelijk vertrokken.
- [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] van de woning aan de [adres 2] is vertrokken naar de woning van [medeverdachte 4] aan de [adres 5] .
- De telefoon van [medeverdachte 4] heeft op 30 maart 2023 om 23:24:39 een foto gemaakt van de identiteitskaart van [slachtoffer 1] . Dit was op het moment dat [slachtoffer 1] in de woning aan de [adres 2] was. Ook is de afbeelding van de identiteitskaart van de telefoon naar [medeverdachte 4] ’s mailadres verzonden.
- Naast [slachtoffer 1] hebben ook [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] verklaard dat [verdachte] in de woning aan de [adres 2] aanwezig was. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] ongeveer tegelijk met hem op 30 maart 2023 bij de woning arriveerde.
- Uit de telefoongegevens van [medeverdachte 2] is gebleken dat hij zich vanaf 22:44:59 uur in de nabijheid van de woning aan de [adres 2] heeft bevonden.
- [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 30 maart 2023 om 23:01 uur werd gebeld door zijn broertje [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] hoorde dat [slachtoffer 1] zei: “ [slachtoffer 2] , je moet betalen. De jongens willen geld. De [naam 2] zijn hier”. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat met de [naam 2] worden bedoeld [medeverdachte 3] en [verdachte] .
- [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] aanwezig was bij de eerste telefoongesprekken die zijn gevoerd met [slachtoffer 2] .
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
Bij de beoordeling van dit verzoek tot schorsing neemt de rechtbank tot uitgangspunt de ernst van de feiten, het gewicht van de aan de orde zijnde bezwaren en de grond die aan het bevel tot gevangenneming ten grondslag is gelegd. Daarbij moet het persoonlijk belang dat de verdachte heeft bij een schorsing worden afgewogen tegen het algemeen belang, dat met de voortzetting van de gevangenneming is gemoeid.
8.De schade van de benadeelde
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
- beveelt de
- wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.