Eiseres diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens stelselmatig huiselijk geweld dat zij tussen 1999 en 2003 in Nederland en Turkije had ondergaan. De commissie kende haar een uitkering toe uit letselcategorie 3, ter waarde van € 5.000,-, waarbij het geweld in Turkije niet werd meegewogen omdat dit buiten Nederland plaatsvond.
Eiseres maakte bezwaar tegen de toegewezen letselcategorie en stelde dat zij recht had op een hogere categorie 4, onder meer vanwege haar psychische klachten en afhankelijkheid van medicatie en derden. De commissie handhaafde het besluit, gesteund op een medisch advies waarin werd vastgesteld dat er geen diagnose was die het letsel aan het huiselijk geweld kon relateren en dat er geen sprake was van tijdelijke ernstige afhankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de commissie terecht het geweld buiten Nederland niet had meegewogen, conform de wettelijke bepalingen. Tevens concludeerde de rechtbank dat eiseres niet voldeed aan de strenge voorwaarden voor letselcategorie 4, omdat zij geen medische diagnose had die het letsel aan het huiselijk geweld koppelde en geen ernstige afhankelijkheid van derden voor dagelijkse levensverrichtingen kon aantonen.
Daarmee was het beroep ongegrond en bleef de uitkering uit letselcategorie 3 van € 5.000,- gehandhaafd. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.