ECLI:NL:RBOVE:2024:3600
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van diefstal met geweld en mishandeling in woning te Deventer
Op 12 maart 2024 werd verdachte verdacht van diefstal met geweld en mishandeling in een woning te Deventer. De officier van justitie vorderde een veroordeling, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak. De tenlastelegging omvatte onder meer diefstal met braak, huisvredebreuk en mishandeling van het slachtoffer.
Tijdens de terechtzitting op 25 juni 2024 werd vastgesteld dat de verdenking grotendeels gebaseerd was op verklaringen van het slachtoffer en zijn vriendin. Deze verklaringen waren echter wisselend, niet coherent en boden geen sluitend bewijs over de exacte gebeurtenissen. Daarnaast bleek uit het dossier dat zowel verdachte als slachtoffer betrokken waren bij het drugscircuit, wat de betrouwbaarheid van de verklaringen beïnvloedde.
De rechtbank oordeelde dat het beschikbare bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te veroordelen. Daarom sprak zij verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd afgewezen en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van diefstal met geweld en mishandeling.