Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten die voor de beoordeling van belang zijn
3.Het geschil
4.De beoordeling
uiten van eigen gevoelenshet volgende over [eiser] geschreven:
omgaan met conflictenwordt geoordeeld:
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad in 2016 in dienst bij TGO Technische Installaties B.V. en was sinds december 2017 in vaste dienst als elektromonteur. Na een periode van ziekte en re-integratie werkte hij sinds juni 2023 weer volledig, maar met aangepaste taken. Op 6 februari 2024 vond een voortgangsgesprek plaats waarin de werknemer werd geconfronteerd met verwijten over zijn functioneren. Tijdens het gesprek zei hij in een emotionele opwelling dat hij stopte bij TGO, wat door de werkgever werd opgevat als onmiddellijke opzegging van de arbeidsovereenkomst.
De werknemer stelde echter dat hij niet ondubbelzinnig had willen opzeggen en dat hij zich klemgezet voelde. Hij was niet voor rede vatbaar en de werkgever stuurde dezelfde dag nog een bevestigingsbrief van het ontslag. De rechtbank oordeelde dat de werkgever onvoldoende onderzoek had gedaan naar de werkelijke wil van de werknemer, mede gelet op een arbeidsdeskundig rapport dat zijn beperkte sociale vaardigheden en emotionele reacties beschreef.
De kantonrechter stelde dat een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring vereist is voor onmiddellijke opzegging en dat de werkgever niet te snel mocht aannemen dat de werknemer daadwerkelijk wilde opzeggen. De loonvordering van de werknemer werd toegewezen, met een matiging van de wettelijke verhoging vanwege eigen schuld. De kosten werden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en doorbetaling tot rechtsgeldige beëindiging van het dienstverband.