De rechtbank Overijssel heeft op 2 juli 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen van 685 hennepplanten en het illegaal afnemen van stroom in een bedrijfspand in de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020.
Tijdens het onderzoek werd een hennepkwekerij met 685 planten aangetroffen en werd vastgesteld dat de elektriciteit illegaal werd afgenomen. Verdachte verklaarde het pand te hebben verhuurd aan een derde en kwam slechts kort één à twee keer per week in de hal van het pand. De officier van justitie achtte de feiten bewezen, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om vast te stellen dat verdachte betrokken was bij de hennepteelt of stroomdiefstal. Hoewel omstandigheden in het pand op een kwekerij wezen, kon niet worden vastgesteld dat verdachte hiervan op de hoogte was of deze heeft waargenomen.
De benadeelde partij Coteq Netbeheer B.V. werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat verdachte vrijgesproken werd en de schadevordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend. Beide partijen dragen hun eigen kosten.