Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/ofAirpods van [slachtoffer] heeft gestolen door geweld of door bedreiging met geweld;
en/ofheeft geprobeerd een geldbedrag van [slachtoffer] te stelen door geweld of door bedreiging met geweld;
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
:medeplegen van poging tot afpersing;
:medeplegen van poging tot zware mishandeling;
gevangenisstrafvoor de duur van
184 dagen (honderdvierentachtig) dagen;
180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
werkstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
jeugddetentiezal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
[slachtoffer]toe tot een bedrag van € 956,05 (bestaande uit € 256,05 materiële schade en € 700,00 immateriële schade);
hoofdelijktot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 956,05, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2023 met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat de verdachte
hoofdelijkverplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 956,05, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
19dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel van 26 april 2022 voorwaardelijk opgelegde
werkstrafvoor de duur van
40 uren.
mr. D. van den Berg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.