De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van eisers tegen het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg inzake de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfshal en het kappen van 12 houdopstanden op een locatie. Eisers betwistten dat de vereiste 84 parkeerplaatsen voldoende op eigen terrein werden gerealiseerd, aangezien 64 parkeerplaatsen elders waren voorzien.
De rechtbank stelde vast dat de aanvraag onder het overgangsrecht valt en dat het college een afwijking verleende voor het realiseren van parkeerplaatsen op een ander perceel. De rechtbank oordeelde dat het begrip 'eigen terrein' in de facetherziening beperkt is tot het bouwterrein zelf, waardoor het college terecht een afwijking verleende.
Echter, de rechtbank vond dat de borging van de beschikbaarheid van de 64 parkeerplaatsen op het andere perceel onvoldoende was. De enkele verwijzing naar de facetherziening volstaat niet om de langdurige beschikbaarheid te garanderen. Daarom gaf de rechtbank het college de gelegenheid het gebrek te herstellen door een nadere motivering of een nieuw besluit met een contractuele borging.
De rechtbank bepaalde een termijn van acht weken voor herstel en hield verdere beslissingen aan totdat het gebrek is hersteld. Over proceskosten en griffierecht wordt nog geen uitspraak gedaan.