ECLI:NL:RBOVE:2024:3338
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens zelfstandige arbeid met overschrijding urencriterium
Eiser ontving sinds april 2021 een bijstandsuitkering en was tot juni 2022 vrijgesteld van arbeidsverplichtingen om een eigen onderneming op te starten. Het college trok de uitkering per 14 april 2022 in en vorderde deze terug omdat eiser gemiddeld 63 uur per week in zijn eigen zaak werkt, wat volgens het urencriterium van de Belastingdienst duidt op zelfstandige arbeid.
Eiser voerde aan dat hij weliswaar veel uren werkte, maar dat de inkomsten laag of negatief waren en dat het college hem een gerechtvaardigde verwachting had gewekt door financiële gegevens op te vragen. Ook stelde hij dat hij vrijgesteld was van arbeidsverplichtingen en dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat het college zorgvuldig heeft gehandeld en dat het recht op bijstand vervalt bij zelfstandige arbeid boven 23 uur per week. De lage inkomsten vormen een ondernemersrisico en rechtvaardigen geen voortzetting van de bijstand. De gerechtvaardigde verwachting kon niet worden onderbouwd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.