AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling bestuurder voor faillissementsfraude door niet voeren administratie
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 41-jarige man die als bestuurder van [bedrijf 1] B.V. werd verdacht van faillissementsfraude. De tenlastelegging betrof het opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren en bewaren van een administratie, waardoor de afwikkeling van het faillissement werd bemoeilijkt.
Uit het bewijs, waaronder het uittreksel Handelsregister, het boekenonderzoek van de Belastingdienst en verklaringen van verdachte, bleek dat de administraties van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] B.V. door elkaar liepen. Verdachte erkende hiervan op de hoogte te zijn, maar stelde geen opzet te hebben gehad. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte willens en wetens de kans aanvaardde dat niet aan de administratieplicht werd voldaan.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte als bestuurder opzettelijk niet voldeed aan de administratieplicht, wat strafbaar is gesteld in artikel 344a lid 2 sub 2 Sr. Er waren geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden. De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op, met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-nakoming, rekening houdend met de ernst van het feit, het blanco strafblad van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
Verdachte had zich na het faillissement ingezet om de schade voor gedupeerde consumenten te beperken, wat een matigende factor was. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en concludeerde dat zijn recht op een redelijke termijn niet was geschonden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren wegens faillissementsfraude door het niet voldoen aan de administratieplicht.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de FIOD/ Belastingdienst met nummer 69311 [bedrijf 1] B.V. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
2.Een geschrift, zijnde een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 11 februari 2021, betreffende [bedrijf 1] B.V., DOC-001, p. 97 t/m 99.
3.Een geschrift, zijnde een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 11 februari 2021, betreffende [bedrijf 2] B.V., DOC-002, p. 100 t/m 102.
4.Een bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, zijnde een vonnis van de Rechtbank Overijssel van 30 januari 2019, betreffende het vonnis tot faillietverklaring van [bedrijf 1] B.V., AG-001-01, p. 92 t/m 93.
5.Een bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, zijnde een beschikking van de Rechtbank Overijssel van 3 juni 2019, AG-001-02, p. 94.
6.Proces-verbaal van aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van 6 april 2021, AG-001, p. 87 t/m 91.
7.Proces-verbaal van aangifte van vermoedelijke faillissementsfraude van 6 april 2021, AG-001, p. 88, onder 4, en p. 90, onder 9c.
8.het controlerapport van de Belastingdienst bij [bedrijf 1] B.V. van 13 juli 2020, DOC-005, p. 117, onder 3.2.1 en p. 119, onder 3.2.5
9.Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 5 juni 2024.