Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
trede 6 € 3.068,25 bruto per maand exclusief emolumenten.
3.Het geschil
De vordering:
4.De beoordeling
- door het wegvallen van [eiser] werden er geen inkomsten gegenereerd;
Rechtbank Overijssel
Eiser trad op 5 december 2022 in dienst bij gedaagde als chauffeur op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Na ziekmelding op 17 augustus 2023 betaalde gedaagde het loon over augustus en september te laat en liet zij het loon over oktober, november en begin december 2023 onbetaald.
Eiser vorderde betaling van het achterstallige loon vanaf oktober 2023 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met wettelijke verhogingen, rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde verweerde zich met het argument dat door het wegvallen van eiser geen inkomsten werden gegenereerd en dat eiser zich niet aan re-integratieverplichtingen hield.
De rechtbank oordeelde dat het ondernemersrisico niet als reden kan dienen om loon niet te betalen en dat het verwijt omtrent re-integratie onvoldoende onderbouwd was. De vordering werd grotendeels toegewezen met een wettelijke verhoging van maximaal 25% vanwege de financiële situatie van gedaagde. Daarnaast werden buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente toegewezen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het loon over oktober en november 2023 (gedeeltelijk), de wettelijke verhogingen over de maanden augustus tot en met november, buitengerechtelijke kosten en rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhogingen, rente en buitengerechtelijke kosten.