ECLI:NL:RBOVE:2024:3147

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
13 juni 2024
Zaaknummer
10922196 \ CV EXPL 24-274
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 lid 2 RvArt. 99-108 RvArt. 109 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling lening en incassokosten aan Stichting Qredits

De zaak betreft een geldleningsovereenkomst tussen Stichting Qredits en de gedaagde, die handelde namens zijn inmiddels opgeheven eenmanszaak. De gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de vordering van Qredits gegrond is en wijst deze toe, waarbij het gevorderde bedrag bestaat uit de hoofdsom, rente tot 15 januari 2024 en buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter stelt vast dat geen sprake is van een consumentenkrediet, omdat de lening is aangegaan in het kader van de zakelijke activiteiten van de eenmanszaak. De procedurekosten worden eveneens toegewezen aan Qredits, inclusief griffierecht, dagvaardingskosten, salaris gemachtigde en nakosten.

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De gedaagde moet binnen veertien dagen betalen, vermeerderd met eventuele kosten van betekening bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €17.742,10 aan Stichting Qredits, vermeerderd met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 10922196 \ CV EXPL 24-274
Vonnis van 11 juni 2024
in de zaak van
STICHTING QREDITS MICROFINANCIERING NEDERLAND,
te Almelo,
eisende partij,
hierna te noemen: Qredits,
gemachtigde: A.F. de Boer,
tegen
[gedaagde],
met een onbekende woon- en verblijfplaats binnen en buiten Nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Blijkens de dagvaarding, heeft de betekening plaatsgevonden aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij deze rechtbank en is een uittreksel van het exploot gepubliceerd in de Staatscourant. [gedaagde] heeft volgens de Basisregistratie Personen geen bekende woon- en verblijfplaats binnen en buiten Nederland en zijn eenmanszaak ‘ [eenmanszaak] ’ is op 30 mei 2022 uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] correct volgens artikel 54 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is opgeroepen.
2.2.
Artikel 109 Rv Pro bepaalt dat als de artikelen 99 tot en met 108 Rv geen bevoegde rechter aanwijzen, dan bevoegd is de rechter van de woonplaats van eiser. Nu Qredits haar vestigingsadres in Almelo heeft, is de kantonrechter van de rechtbank Overijssel locatie Almelo bevoegd om van deze zaak kennis te nemen. De kantonrechter zal verstek verlenen tegen [gedaagde] .
2.3.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met uitzondering van het navolgende. Daarbij merkt de kantonrechter ter voorlichting aan partijen op dat geen sprake is van een consumentenkrediet, nu [gedaagde] bij het sluiten van de geldleningsovereenkomst heeft gehandeld in de uitoefening van zijn (inmiddels opgeheven) eenmanszaak ‘ [eenmanszaak] ’.
2.4.
Qredits vordert in het petitum van de dagvaarding de (contractuele) rente berekend tot 5 september 2022 ter hoogte van in totaal € 1.543,94. Echter staat in het lichaam van de dagvaarding dat het bedrag van € 1.543,94 aan rente is berekend over de periode van datum verzuim tot 15 januari 2024. Gezien de hoogte van dit bedrag en de ingebrekestelling van 17 maart 2022, gaat de kantonrechter ervan uit dat de datum van 5 september 2022 in het petitum een kennelijke verschrijving is en dat daar 15 januari 2024 had moeten staan. De datum van 15 januari 2024 wordt daarom vermeld in de beslissing van dit vonnis.
2.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Qredits worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,21
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
406,00
(1,00 punt × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.097,21

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Qredits te betalen een bedrag van € 17.742,10 (bestaande uit € 15.077,97 aan hoofdsom, € 1.543,94 aan rente tot 15 januari 2024 en
€ 1.120,19 (incl. btw) aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de overeengekomen rente van 5,75% per jaar over een bedrag van € 15.077,97, met ingang van 25 januari 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.097,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2024.