Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de voortzetting van de mondelinge behandeling van 5 juni 2024, waarbij de advocaat van [eiser] is verschenen en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
In deze kort geding procedure vordert eiser, een makelaars- en taxateursbedrijf, dat gedaagde wordt veroordeeld tot het verstrekken van informatie over haar inkomens- en vermogenspositie en haar voor verhaal vatbare goederen. Dit op straffe van een dwangsom en lijfsdwang bij niet-naleving.
De rechtbank had reeds in een tussenvonnis van 23 februari 2024 de vorderingen toegewezen, maar de beslissing over lijfsdwang aangehouden. Na betekening van het tussenvonnis en oproeping voor de voortgezette mondelinge behandeling was gedaagde afwezig zonder bericht van verhindering.
De rechtbank constateert dat gedaagde ondanks verbeurde dwangsommen nog steeds niet aan haar informatieverplichting heeft voldaan, en dat andere middelen dan lijfsdwang onvoldoende afdwingbaar zijn. Daarom wordt de lijfsdwang toegewezen, met een maximale duur van 30 dagen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot lijfsdwang toe om gedaagde te dwingen informatie te verstrekken, met een maximale duur van 30 dagen.