ECLI:NL:RBOVE:2024:2917

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 juni 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
08.952202.18 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 511d Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over hervatting onderzoek ontnemingsvordering wegens onvolledig onderzoek

De rechtbank Overijssel behandelt een ontnemingsvordering op grond van artikel 36e Sr waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel door het Openbaar Ministerie is gesteld op €202.579,00. Tijdens de beraadslaging in de hoofdzaak is gebleken dat het onderzoek niet volledig was, waardoor de rechtbank niet tot een einduitspraak kon komen.

De rechtbank beveelt daarom dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat en vervolgens wordt geschorst tot een nader te bepalen tijdstip in overleg met het Openbaar Ministerie. Tevens wordt de officier van justitie opgedragen nader onderzoek te verrichten naar de verklaring van de veroordeelde, waarbij het onderzoek uiterlijk op 15 september 2024 moet zijn afgerond.

Daarnaast wordt bepaald dat er een schriftelijke voorbereiding op de verdere behandeling van de ontnemingsvordering zal plaatsvinden conform artikel 511d, eerste lid, Sv. De verdediging dient voor 14 oktober 2024 een conclusie van antwoord in te dienen, waarna het Openbaar Ministerie tot 11 november 2024 kan repliceren.

De rechtbank wijst de vordering van het Openbaar Ministerie niet af, maar kan op dit moment geen einduitspraak doen vanwege het onvolledige onderzoek. De zaak wordt geschorst en zal op een later moment worden voortgezet.

Het tussenvonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle op 4 juni 2024.

Uitkomst: Het onderzoek in de ontnemingszaak wordt hervat en geschorst wegens onvolledig onderzoek, met termijnen voor nader onderzoek en schriftelijke voorbereiding.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.952202.18
Datum vonnis: 4 juni 2024
Tussenvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats],
wonende in [adres].

1.De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 137.262,00.

2.De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 21 mei 2024 gelijktijdig met de strafzaak tegen betrokkene met parketnummer 08.952202.18 (de hoofdzaak). Betrokkene , bijgestaan door zijn raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat in Enschede, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord.
Op de terechtzitting van 21 mei 2024 heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd, in die zin dat het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op
€ 202.579.00.
De raadsman heeft zich overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen.

3.Hervatting van het onderzoek

In de hoofdzaak is de rechtbank niet tot een einduitspraak gekomen nu tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar overwegingen in het vonnis van heden in de hoofdzaak. De rechtbank heeft dan ook in de hoofdzaak het onderzoek ter terechtzitting hervat en geschorst tot een in overleg met de officier van justitie nader te bepalen tijdstip.
Gelet op deze beslissing kan de rechtbank in de onderhavige ontnemingszaak ook niet tot een einduitspraak komen. De rechtbank zal dan ook het onderzoek ter terechtzitting in onderhavige zaak hervatten en schorsen tot een in overleg met de officier van justitie nader te bepalen tijdstip.

4.De beslissing

De rechtbank:
hervatting onderzoek ter terechtzitting
- beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat;
nader onderzoek
- bepaalt dat de officier van justitie nader onderzoek verricht naar de verklaring van betrokkene zoals weergeven in het vonnis in de hoofdzaak. Dit onderzoek dient uiterlijk op 15 september 2024 te zijn afgerond;
- stelt de stukken in handen van de officier van justitie, zodat deze het nadere onderzoek kan (laten) verrichten;
schorsing onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd
- schorst het onderzoek tot een in overleg met de officier van justitie nader te bepalen tijdstip;
- beveelt de oproeping van betrokkene voor die zitting en verzoekt de kennisgeving van die zittingsdatum aan de raadsman.
schriftelijke voorbereiding
- bepaalt dat er op de voet van artikel 511d, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering een schriftelijke voorbereiding op de verdere behandeling van de ontnemingsvordering zal plaatsvinden op de volgende wijze:
  • Het Openbaar Ministerie dient uiterlijk op 16 september 2024 het onderzoek te hebben afgerond;
  • De verdediging dient voor 14 oktober 2024 een conclusie van antwoord op de ontnemingsvordering te hebben ingediend;
  • Waarna het Openbaar Ministerie tot uiterlijk 11 november 2024 de gelegenheid heeft om te repliceren.
Dit tussenvonnis is gewezen door mr. C.J. de Jong, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2024.