ECLI:NL:RBOVE:2024:2583
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
De rechtbank Overijssel behandelde op 17 mei 2024 een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €70.329,94, gebaseerd op een hennepplantage. De behandeling vond gelijktijdig plaats met de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk ontneming, maar stelde op de terechtzitting dat de vordering afgewezen moest worden vanwege de gevorderde vrijspraak. De verdediging ondersteunde dit standpunt en voerde aan dat zonder veroordeling geen sprake kan zijn van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarnaast werd subsidiair verzocht het bedrag te beperken tot maximaal €10.000, gezien de omstandigheden rondom de hennepplantage en de vermeende medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat nu verdachte bij vonnis is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot ontneming. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken in Almelo.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van verdachte.