ECLI:NL:RBOVE:2024:2582
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
De rechtbank Overijssel behandelde op 17 mei 2024 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €70.329,94, gebaseerd op een vermeende hennepplantage. Deze ontnemingsvordering werd gelijktijdig behandeld met de hoofdzaak.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, werd op de zitting gehoord. Het Openbaar Ministerie stelde zich op het standpunt dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen vanwege de gevorderde vrijspraak in de hoofdzaak. De verdediging voerde aan dat bij vrijspraak geen sprake kan zijn van wederrechtelijk verkregen voordeel en vroeg subsidiair om een lagere toewijzing indien toch veroordeeld.
De rechtbank oordeelde dat nu de verdachte is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in deze vordering. De rechtbank wees de vordering daarom af en sprak dit vonnis uit in aanwezigheid van de rechters en griffier.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.