Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 570,90.
€ 239,04(16-07-2018).
€ 553,59nummer [factuurnummer 2] (23-04-2019).
Rechtbank Overijssel
Eiser heeft aan gedaagde diverse automaterialen geleverd en vordert betaling van onbetaalde facturen ter hoogte van €4.897,34 inclusief rente en incassokosten. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij alles heeft betaald, onder meer met een betaling van €773,33 die finale kwijting zou geven, en wijst op onregelmatigheden in de boekhouding van eiser.
De kantonrechter overweegt dat het overeengekomen bedrag van de hoofdsom €3.468,19 bedraagt en erkent dat een deel van de facturen reeds is voldaan, waardoor een resterend bedrag van €2.265,15 openstaat. De stelling van gedaagde dat met de betaling van €773,33 finale kwijting is verleend, wordt niet aannemelijk gemaakt. Het verweer dat alles is betaald wordt onvoldoende onderbouwd en het bewijs ontbreekt.
De rechter wijst de resterende hoofdsom toe, vermindert de incassokosten en rente proportioneel en veroordeelt gedaagde tot betaling van in totaal €3.353,97, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.353,97 inclusief rente en incassokosten.