Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2024, waarbij [eiser] gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.Inleiding en samenvatting
3.De feiten
“Indien Partner aan [bedrijf 2] niet dan wel niet tijdig heeft gemeld hoeveel vierkante meters dansvloer zij heeft onderverhuurd aan derden, is [bedrijf 2] gerechtigd om de overeenkomst terstond, zonder tussenkomst van de rechter te ontbinden.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Omdat u zelf de afwijking heeft geconstateerd berekenen wij geen boete”.[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij daarmee inderdaad de bedoeling had die boete jegens [gedaagde] kwijt te schelden omdat zij deze alleen bij [naam 1] in rekening zou brengen. Zij heeft daarbij aangegeven dat, nu achteraf blijkt dat [gedaagde] later ook heeft gesjoemeld met rekeningen, zij het niet door [naam 1] betaalde deel van
iederevierkante meter dansvloer die [gedaagde] van [eiser] huurt, moet worden onderverhuurd. Zoals [eiser] onbetwist heeft gesteld, heeft [gedaagde] de keren dat hij de vloer heeft verhuurd in 2020 en 2021, niet alle vierkante meters verhuurd. Uit de berekening van [eiser] volgt dat [gedaagde] 26 m2 vloer van haar heeft gehuurd en daarom onder de ‘normale’ afspraken (26 x 8) 208 m2 vloer per jaar moet verhuren. Uit de andersluidende afspraak volgt dat dat (26 x 6) 156 m2 per jaar is tijdens de ‘Corona-periode’. Dat betekent dat in 2020 en 2021 (2 x 156) 312 m2 vloer verhuurd moest worden. Omdat [gedaagde] in die jaren volgens zijn eigen opgave in totaal 160 m2 vloer heeft verhuurd, heeft hij (312-160) 152 m2 vloer te weinig verhuurd en moet hij daarover nog een vergoeding betalen op grond van artikel 3.7. van de huurovereenkomst. [eiser] heeft ook onbetwist aangevoerd dat die vergoeding per m2 € 10 exclusief btw is en het totaalbedrag uitkomt op € 1.839,20. De kantonrechter zal dit bedrag daarom toewijzen.