ECLI:NL:RBOVE:2024:2237
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en afwijzing op inhoudelijke gronden
Verzoeker diende op 19 maart 2024 een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter mr. M.T. Bos, belast met de behandeling van een civiele zaak over een betaling van €4.000 voor advieswerkzaamheden. Het verzoek volgde op een mondelinge behandeling op 14 maart 2024, waarin verzoeker zich onheus bejegend voelde door de rechter en de wederpartij.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien artikel 37 Rv Pro vereist dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na het bekend worden van de wrakingsgronden wordt ingediend. Verzoeker had een professionele gemachtigde en kon geen rechtvaardiging geven voor het tijdsverloop van vijf dagen.
Inhoudelijk werd het verzoek afgewezen omdat de klachten van verzoeker niet objectief konden worden geacht als aanwijzingen voor partijdigheid. Kritische vragen van de rechter en het verloop van de schikkingsfase rechtvaardigden geen vermoeden van vooringenomenheid. De wrakingskamer vond de gebruikte termen van verzoeker zwaar aangezet en niet passend bij de gedragingen van de rechter.
De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk en wees het verzoek ook inhoudelijk af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en inhoudelijk afgewezen wegens ontbreken van partijdigheid.