ECLI:NL:RBOVE:2024:2130
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende gemotiveerde afwijking van deskundigenrapport
Eiseres voerde beroep aan tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering door het UWV, omdat haar arbeidsongeschiktheidspercentage volgens het UWV onder de 35% was gedaald. De rechtbank beoordeelde de medische rapportages, waaronder die van de verzekeringsartsen en de onafhankelijke psychiater De Klerk. De verzekeringsartsen hadden geconcludeerd dat eiseres minder beperkingen had dan De Klerk had vastgesteld, maar de rechtbank vond dat deze afwijking onvoldoende inzichtelijk en gemotiveerd was.
De rechtbank stelde vast dat de verzekeringsartsen onvoldoende uitlegden waarom zij afweken van de uitgebreide en consistente bevindingen van De Klerk, die onder meer een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid had vastgesteld met significante beperkingen in zelfstandig handelen en samenwerken. Ook concludeerde de rechtbank dat de medische motivering van het UWV niet voldeed aan de vereisten van zorgvuldigheid en transparantie.
Verder wees de rechtbank het beroep van eiseres op extra beperkingen vanwege astmatische klachten en longfunctie af, omdat het longfunctieonderzoek onjuist was uitgevoerd. De rechtbank besloot dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij de bevindingen van De Klerk leidend moeten zijn. De rechtbank wees een proceskostenvergoeding toe aan eiseres en bepaalde dat het UWV het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.