ECLI:NL:RBOVE:2024:211

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 januari 2024
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
10534927 \ CV EXPL 23-2154
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 7:11 BWArt. 7:26 lid 2 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling factuur wegens onvoldoende bewijs bestelling en ontvangst

Alektum Capital II AG vordert betaling van een factuur van €90,65, voortvloeiend uit een bestelling bij Wish.com waarbij gekozen zou zijn voor achteraf betalen via een derde partij. Gedaagde betwist dat zij de bestelling heeft geplaatst en de goederen heeft ontvangen.

De rechtbank beoordeelt dat Alektum onvoldoende bewijs heeft geleverd dat een koopovereenkomst is gesloten tussen de webshop en gedaagde. De enkel overgelegde bestelbevestiging is onvoldoende om vast te stellen dat de bestelling daadwerkelijk door gedaagde is gedaan.

Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat de goederen zijn geleverd aan gedaagde. Op grond van artikel 7:11 BW Pro ligt het risico van de levering bij de verkoper tot het moment van daadwerkelijke ontvangst door de consument. Alektum draagt daarom de bewijslast dat gedaagde de goederen heeft ontvangen.

Omdat Alektum deze bewijslast niet heeft vervuld en de opeisbaarheid van de koopsom niet kan worden vastgesteld, wijst de rechtbank de vordering af. Tevens wordt Alektum veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank uit tevens kritiek op het procederen van Alektum door het onnodig splitsen van vorderingen in twee dagvaardingen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van bestelling en ontvangst.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 10534927 \ CV EXPL 23-2154
Vonnis van 9 januari 2024
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug, Zwitserland,
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: R. Slagman,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon, bijgestaan door haar vader.

1.De zaak in het kort

1.1.
Alektum vordert betaling van een factuur, maar deze factuur hoeft [gedaagde] niet te betalen, omdat niet kan worden vastgesteld dat de goederen door [gedaagde] zijn besteld en ontvangen.

2.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.

3.De beoordeling

Wat is er aan de hand?
3.1.
Alektum heeft gesteld dat [gedaagde] goederen heeft besteld bij Wish.com en bij het afronden van de bestelling heeft gekozen voor de achteraf betaal mogelijkheid van [bedrijf] B.V. De factuur voor het bedrag van € 90,65 is niet betaald. [bedrijf] B.V. heeft haar vordering overgedragen aan Alektum. Alektum vordert in deze procedure betaling van de betreffende factuur, met bijkomende kosten. [gedaagde] voert verweer. Het meest verstrekkende verweer is dat de bestelling niet door [gedaagde] is geplaatst en de goederen niet zijn ontvangen. Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat Alektum nog een dagvaarding heeft uitgebracht en dat Alektum deze beide vorderingen had moeten samenvoegen om hoge kosten tegen te gaan.
Moet [gedaagde] de factuur betalen? Nee.
3.2.
De vraag is of [gedaagde] bij Wish.com een bestelling heeft geplaatst en de bestelling heeft ontvangen en daarom de factuur moet betalen.
3.3.
Omdat [gedaagde] betwist dat zij een koopovereenkomst is aangegaan met Wish.com, dient Alektum hiervan bewijs te overleggen. Ze heeft in dit kader de enkel een bestelbevestiging overgelegd.
3.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum, gelet op de betwisting van [gedaagde], haar stelling, dat een overeenkomst is gesloten tussen de webshop en [gedaagde], onvoldoende heeft onderbouwd. Dit blijkt immers niet uit het overgelegde (summiere) besteloverzicht.
3.5.
Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat Alektum onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat [gedaagde] het betreffende product heeft ontvangen.
3.6.
Omdat [gedaagde] aanvoert dat zij de bestelling niet heeft ontvangen en dat zij daarom niet hoeft te betalen, zou zij grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro hier de bewijslast van dragen. In dit geval geldt daar echter een uitzondering op. Op grond van artikel 7:11 BW Pro gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaak heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld dat de consument daadwerkelijk de zaak in handen heeft gekregen. De verkoper is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan de consument. Op Alektum rust daarom de bewijslast dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Verder dient op grond van artikel 7:26 lid 2 BW Pro de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Nu [gedaagde] betwist dat zij de bestelling heeft ontvangen, betwist zij tevens de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Alektum om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling wel ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen.
3.7.
Naar aanleiding van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd overweegt de kantonrechter als volgt. Alektum heeft geen inhoudelijke reactie gegeven op het verhaal van [gedaagde]. Zij heeft slechts verwezen naar de bestelbevestiging. Alektum heeft aldus onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om te kunnen vaststellen dat de bestelling bij [gedaagde] is afgeleverd. Omdat op basis van de door Alektum overgelegde stukken de opeisbaarheid van het gevorderde bedrag van € 90,65 niet kan komen vast te staan, wordt de hoofdsom afgewezen. Daarbij worden ook de nevenvorderingen, waaronder de rente en kosten afgewezen.
Meerdere dagvaardingen.
3.8.
Alektum heeft middels een cessie diverse vorderingen overgenomen van [bedrijf] B.V., waaronder de vordering waar het in deze zaak over gaat en de vordering waar Alektum betaling van vordert in de zaak met nummer 10534956 \ CV EXPL 23-2156. In beide zaken heeft zij op dezelfde dag een dagvaarding laten uitbrengen. Deze zaken had Alektum heel goed kunnen samenvoegen en gezien de hoge kosten had Alektum dit ook moeten doen. De kantonrechter vindt het een blijk van slecht procederen dat Alektum twee afzonderlijke dagvaardingen gericht aan dezelfde persoon over vrijwel identieke kwesties op eenzelfde dag uitbrengt. Helemaal nadat [gedaagde] hier blijkbaar meerdere malen om heeft verzocht. Omdat de vordering zal worden afgewezen, heeft dit in deze zaak geen gevolgen, maar de kantonrechter geeft dit Alektum mee voor toekomstige procedures.
De proceskosten.
3.9.
Alektum zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

4.Beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst de vordering af,
4.2.
veroordeelt Alektum tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024. (SK)