Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- op 31 oktober 2019 het 3e kwartaal van 2019, via software op naam van [medeverdachte];
- op 31 januari 2020 het 4e kwartaal van 2019, via software op naam van [medeverdachte];
- op 30 april 2020 het 1e kwartaal van 2020, via software op naam van [getuige 1].
In de bijlage de BTW aangifte over het 3e kwartaal, deze heb ik expres laag gehouden om 2 redenen. 1) Er zijn nogal wat onduidelijkheden waardoor het lastig is een juist bedrag te vermelden 2) Nu er een eerdere aanslag openstaat kan er waarschijnlijk geen uitstel van betaling worden gegeven, dit betekent een boete van 3% over het te betalen bedrag, het spreekt voor zich dat ik in dat geval de aanslag zo laag mogelijk wil houden want daardoor is de boete ook laag. Het lijkt mij handig om de komende tijd in overleg te gaan hoe we het één en ander gaan oppakken qua verwerking in de toekomst en correctie van eerdere boekingen”. [13]
Het wordt zo snel niet duidelijk wat jullie nu eigenlijk aan BTW verschuldigd zijn, alles herreken kost op dit moment teveel tijd omdat de deadline vanavond is. Ik zie daarom voor nu geen andere mogelijkheid dan een nihilaangifte in te dienen.” [15]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroepvan statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon of vennoot van enig rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafrecht voor de duur van
5 (vijf)jaren.