Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
Zo ontstond de verdenking dat te weinig omzet was aangegeven in de ingediende aangiften omzetbelasting. Op 20 oktober 2021 is besloten om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen tegen [bedrijf 1] en verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] als haar feitelijke leidinggevers.
- op 31 oktober 2019 het 3e kwartaal van 2019, via software op naam van [verdachte];
- op 31 januari 2020 het 4e kwartaal van 2019, via software op naam van [verdachte];
- op 30 april 2020 het 1e kwartaal van 2020, via software op naam van [getuige 1].
In de bijlage de BTW aangifte over het 3e kwartaal, deze heb ik expres laag gehouden om 2 redenen. 1) Er zijn nogal wat onduidelijkheden waardoor het lastig is een juist bedrag te vermelden 2) Nu er een eerdere aanslag openstaat kan er waarschijnlijk geen uitstel van betaling worden gegeven, dit betekent een boete van 3% over het te betalen bedrag, het spreekt voor zich dat ik in dat geval de aanslag zo laag mogelijk wil houden want daardoor is de boete ook laag. Het lijkt mij handig om de komende tijd in overleg te gaan hoe we het één en ander gaan oppakken qua verwerking in de toekomst en correctie van eerdere boekingen”. [13]
Het wordt zo snel niet duidelijk wat jullie nu eigenlijk aan BTW verschuldigd zijn, alles herrekenen kost op dit moment teveel tijd omdat de deadline vanavond is. Ik zie daarom voor nu geen andere mogelijkheid dan een nihilaangifte in te dienen.” [15]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
De goede werking van het belastingsysteem staat of valt immers met de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van aangiften. Dit systeem is mede gebaseerd op het vertrouwen dat een onderneming een juiste aangifte doet. Daarnaast wordt de gemeenschap door belastingfraude benadeeld, omdat de Staat der Nederland inkomsten ten behoeve van het algemeen nut misloopt. Dit leidt tot verzwaring van de belastingdruk bij andere belastingbetalers en draagt bij aan het ondermijnen van de belastingmoraal.
Zij heeft het vertrouwen beschaamd dat in haar als (indirect) bestuurder is gesteld en gesteld moet kunnen worden. Verdachte heeft ter zitting benadrukt dat zij de intentie had om de situatie recht te trekken. Ongeacht welke intentie verdachte had, zij heeft ervoor gekozen geen prioriteit te geven aan het op orde brengen van de administratie en het (tijdig) in dienen van suppleties.
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen.