Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
STICHTING MIJANDE WONEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Vriezenveen,
wonende te [woonplaats],
Rechtbank Overijssel
De Woningstichting vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand van €2.964,06 tot en met februari 2024. De huurder erkent de achterstand maar stelt dat hij door financiële omstandigheden niet tijdig kon betalen. Inmiddels heeft hij weer inkomen en wil hij de achterstand inlopen.
De kantonrechter beoordeelt dat de betalingsachterstand zwaar genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen. Na de mondelinge behandeling is een betalingsregeling getroffen waarbij de huurder maandelijks €100 moet betalen vanaf 30 april 2024, met een maximale duur van zes maanden, waarna de regeling wordt herzien. De ontbinding en ontruiming zijn voorwaardelijk verbonden aan het niet naleven van deze regeling.
De rechter wijst ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toe en bepaalt een ruime ontruimingstermijn van drie maanden na betekening van het vonnis, rekening houdend met het belang van het kind van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, proceskosten en vergoeding voor voortgezet gebruik na ontbinding.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden onder voorwaarde van naleving betalingsregeling, met ontruiming binnen drie maanden bij niet-naleving.