Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. P.P.E. Buchele is aangevoerd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 11 april 2024 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van meervoudige verkrachting en ontuchtige handelingen jegens zijn minderjarige halfzus over een periode van 2010 tot 2016. De tenlastelegging omvatte onder meer gedwongen seksuele penetratie en andere ontuchtige handelingen waarbij sprake zou zijn geweest van geweld, bedreiging en misbruik van overwicht.
Tijdens de terechtzitting op 28 maart 2024 zijn de standpunten van de officier van justitie en de verdediging uitgebreid besproken. Het slachtoffer deed aangifte en legde een gedetailleerde verklaring af over het misbruik, dat begon toen zij tien jaar oud was. Verdachte ontkende alle beschuldigingen en voerde onder meer aan dat hij vaak niet thuis was en dat bepaalde feiten niet konden kloppen.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. De verklaringen van getuigen waren onvoldoende concreet en spraken elkaar deels tegen, waardoor er geen voldoende steunbewijs was voor de aangifte van het slachtoffer. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd voor materiële en immateriële schade, maar deze vordering werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank bepaalde dat partijen hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.