Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 13 maart 2024.
Rechtbank Overijssel
Deze kortgedingzaak betreft een geschil tussen twee ex-echtgenoten over de overdracht en levering van hun voormalige echtelijke woning. De rechtbank stelde vast dat de echtscheiding was uitgesproken met een beschikking waarin de woning aan de man werd toebedeeld en dat de vrouw was veroordeeld tot volledige medewerking aan de overdracht.
Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om binnen een week mee te werken aan de notariële overdracht en dat hij gemachtigd wordt om namens haar de benodigde akte te laten opstellen indien zij niet meewerkt. Gedaagde weigert echter haar medewerking, stellende dat eiser niet aan andere afspraken zou voldoen, waaronder afspraken over een tuchtzaak tegen een dierenarts.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende gegevens aanwezig zijn om de afspraken over de tuchtzaak te beoordelen en dat gedaagde haar medewerking niet kan weigeren op grond van deze niet in de beschikking opgenomen afspraken. Ook het betoog dat eiser zijn betalingsverplichtingen uit de beschikking niet nakomt, faalt gezien de bestaande overeenkomst tussen partijen.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser toe, veroordeelt gedaagde tot medewerking aan de overdracht binnen een week en machtigt eiser om bij gebreke van medewerking namens haar de notariële akte te laten opstellen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de overdracht van de woning binnen één week, met machtiging voor eiser bij weigering.