ECLI:NL:RBOVE:2024:1521
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling waarborgsom na huurperiode en afwijzing tegenvordering herstelkosten
Partij A huurde van partij B een woning van 1 januari tot 31 juli 2022 en betaalde een waarborgsom van €3.000. Partij A heeft zelf niet in de woning gewoond; een werknemer van hem woonde daar met toestemming. Na beëindiging van de huurovereenkomst heeft partij A de waarborgsom teruggevraagd, maar partij B weigerde deze te betalen.
Partij B stelde dat de woning niet in dezelfde staat was achtergelaten en claimde herstelkosten van €3.350,90, waarvan €350,90 restant na verrekening met de waarborgsom. De kantonrechter oordeelde dat partij B onvoldoende bewijs leverde van de staat van de woning bij aanvang en einde huur, geen schriftelijke inspectierapporten of foto’s overlegde, en dat communicatie over gebreken en herstelkosten ontbrak.
De kantonrechter veroordeelde partij B tot terugbetaling van de waarborgsom, wettelijke rente vanaf 22 juni 2023, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De tegenvordering van partij B werd afgewezen. De vraag of sprake was van één of twee huurovereenkomsten bleef onbesproken, omdat dit de uitkomst niet beïnvloedde.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot terugbetaling van de waarborgsom met rente en incassokosten, tegenvordering wordt afgewezen.