Eisers hebben beroep ingesteld tegen de verlening van een tijdelijke omgevingsvergunning voor drie jaar voor het plaatsen van een zonwerende constructie op een terras bij hun appartementen in Enschede. De rechtbank oordeelt dat het terras niet als achtererfgebied kan worden aangemerkt volgens het bestemmingsplan, waardoor de constructie in strijd is met de planregels.
Hoewel het college een vergunning verleende op basis van een beleidsregel voor planologische afwijkingen, is onvoldoende duidelijk hoe de belangen van eisers, die een verslechtering van hun uitzicht ervaren, zijn meegewogen. De rechtbank constateert dat het college niet zorgvuldig heeft afgewogen en het besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept de verleende vergunning. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.