Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
De feiten
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een vordering van het CAK tot betaling van de eigen bijdrage voor zorg en maatwerkvoorzieningen over december 2022 en januari 2023 door de gedaagde, die in een zorginstelling verblijft. De gedaagde betwist de hoogte van de bijdrage en stelt dat zij een betalingsregeling heeft getroffen.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde de eigen bijdrage verschuldigd is omdat zij de zorg heeft ontvangen en geen bezwaar heeft gemaakt tegen de vastgestelde bedragen. Hoewel de gedaagde heeft aangegeven dat de bijdrage te hoog was, heeft zij niet de benodigde informatie aangeleverd om een verlaging mogelijk te maken. De betalingsregeling die later tot stand kwam, geldt niet voor de openstaande facturen van december 2022 en januari 2023.
De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van de hoofdsom van €251,33 vermeerderd met wettelijke rente vanaf de vervaldatums. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat deze betrekking hebben op de voorbereiding van de procedure. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de eigen bijdrage voor december 2022 en januari 2023 met wettelijke rente, en in de proceskosten, buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.