Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
‘vriendlijk’,
‘voor waarden’en
‘te betaalen’.In de facturen van [bedrijf 2] en [bedrijf 4] BV staat telkens geen rekeningnummer genoemd en op de facturen van [bedrijf 5], staat waar het adres van [bedrijf 1] zou moeten worden vermeld, in plaats van een plaatsnaam een BTW-nummer. Voorts is tijdens het boekenonderzoek gebleken dat [bedrijf 3] BV al in 2014 is opgeheven en [bedrijf 4] BV kwam niet voor in de systemen van de Belastingdienst, terwijl het bedrijf met de naam [bedrijf 4] BV per 20 september 2017 is opgeheven.
De adviseur van [bedrijf 5], [naam 4] van [bedrijf 8], is gehoord en hij heeft verklaard dat de facturen van [bedrijf 5] er heel anders uit zien dan getoonde facturen die in de administratie van [bedrijf 1] zijn opgenomen en de op de factuur genoemde huur van auto's kan hij niet plaatsen binnen het bedrijf van [bedrijf 5].
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
360 (driehonderdzestig) dagen;
213 (tweehonderddertien) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;