ECLI:NL:RBOVE:2024:1164

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
84.125704.22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens onduidelijke betekening in witwaszaak

De rechtbank Overijssel behandelde op 29 februari 2024 een zaak waarin verdachte werd verdacht van het plegen van witwassen als gewoonte samen met meerdere medeverdachten. De tenlastelegging betrof het witwassen van circa 976.000 euro in de periode van september 2016 tot juli 2017.

Tijdens de terechtzitting verscheen niemand namens verdachte. De dagvaarding was op 20 december 2023 uitgereikt aan medeverdachte 1, waarbij werd aangenomen dat deze bestuurder was van verdachte. Echter kon de rechtbank niet vaststellen of medeverdachte 1 op dat moment daadwerkelijk bestuurder was, omdat het dossier geen historische gegevens bevatte over het moment van zijn uittreden als bestuurder.

De rechtbank concludeerde dat de dagvaarding daardoor niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend. Gezien het ontbreken van vertegenwoordiging van verdachte op de zitting en de onduidelijkheid over de betekening, verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig en kon de zaak niet inhoudelijk worden behandeld.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan een niet-bevoegde bestuurder.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 84.125704.22
Datum vonnis: 5 maart 2024
Vonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
gevestigd aan de [vestigingsplaats].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 februari 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen de officier van justitie mr. M. Lambregts naar voren heeft gebracht. Namens de verdachte is niemand verschenen.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij in of omstreeks de periode van 15 september 2016 tot en met 11 juli 2017 in
[vestigingsplaats] en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]
en/of [medeverdachte 4] B.V en/of [medeverdachte 5]
B.V. en/of een of meer ander(en) of alleen,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans (opzettelijk)
heeft witgewassen,
hierin bestaande dat zij, verdachte, en/of haar mededader(s),
(sub a)
van (een) voorwerp(en), bestaande uit, een of meer geldbedrag(en), tot een
totaalbedrag van ongeveer EUR 976.000 (Bestaande uit EUR 500.000 + EUR 430.000
+ EUR 46.000 (AMB-057; DOC-713; DOC-722)), althans enig geldbedrag,
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding
en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen
en/of verhuld heeft/hebben wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven
voorwerpen geldbedrag(en) is/was of wie bovenomschreven voorwerpen
geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad, en/of
(sub b)
(een) voorwerp(en), bestaande uit een of meer geldbedrag(en),
tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 976.000, althans enig geldbedrag,
heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben (gehad) en/of
heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van een voorwerp
gebruik heeft/hebben gemaakt,
terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) dat dit/deze geldbedrag(en)
(deels) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig(e)
misdrij(f)(ven).

3.De voorvragen

De rechtbank constateert dat de dagvaarding op 20 december 2023 aan [medeverdachte 1] is uitgereikt. Op de akte is aangekruist dat deze is uitgereikt aan de bestuurder van verdachte. De akte van uitreiking vermeldt dat [medeverdachte 1] de akte van uitreiking niet heeft willen ondertekenen.
Uit het dossier blijkt het volgende:
  • [medeverdachte 1] trad op 15 december 2015 aan in de functie van bestuurder van verdachte en op 2 mei 2017 was hij nog steeds bestuurder (statuten verdachte, DOC-048 en uittreksel bedrijfsprofiel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 2 mei 2017, DOC-031);
  • Op 16 februari 2024 had verdachte (uitsluitend) de volgende (ingeschreven) bestuurders: [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8], allen in functie getreden op
6 september 2023 (uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 16 februari 2024). Op 16 februari 2024 was [medeverdachte 1] geen bestuurder meer.
Uit het voorgaande kan niet worden afgeleid of [medeverdachte 1] op 20 december 2023 (de datum van uitreiking) nog bestuurder was van verdachte. Het dossier bevat geen (historische) informatie uit het Handelsregister over de datum waarop hij uit die functie trad.
De rechtbank kan dus niet vaststellen of [medeverdachte 1] op 20 december 2023 bestuurder was van de verdachte. De rechtbank is daarom van oordeel dat de dagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend, zodat die dagvaarding, nu niemand op de terechtzitting is verschenen namens of gemachtigd door verdachte, nietig verklaard dient te worden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.