ECLI:NL:RBOVE:2024:1163

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
84.130063.22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens onduidelijkheid bestuurderschap bij witwaszaak

De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het plegen van witwassen in de periode van september 2013 tot juli 2017. De tenlastelegging betrof het maken van een gewoonte van witwassen, waarbij verdachte samen met meerdere medeverdachten betrokken zou zijn geweest bij het verbergen en verhullen van geldbedragen van ongeveer 10,9 miljoen euro.

Tijdens de terechtzitting van 29 februari 2024 verscheen niemand namens verdachte. De rechtbank constateerde dat de dagvaarding op 16 november 2023 was uitgereikt aan een medeverdachte die naar het dossier niet als bestuurder van verdachte kon worden aangemerkt op dat moment. Hierdoor was de betekening van de dagvaarding niet volgens de wettelijke voorschriften verlopen.

De rechtbank stelde vast dat op 16 februari 2024 andere personen als bestuurders van verdachte stonden ingeschreven en dat de medeverdachte aan wie de dagvaarding was uitgereikt, niet als bestuurder kon worden aangemerkt op de datum van betekening. Dit leidde tot de conclusie dat de dagvaarding nietig moest worden verklaard. De rechtbank sprak het vonnis uit op 5 maart 2024.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan de bestuurder van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 84.130063.22
Datum vonnis: 5 maart 2024
Vonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
gevestigd aan de [vestigingsplaats].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 februari 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen de officier van justitie mr. M. Lambregts naar voren heeft gebracht. Namens de verdachte is niemand verschenen.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij in of omstreeks de periode van 3 september 2013 tot en met 11 juli 2017
in [vestigingsplaats] en/of Zenderen en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]
/of [medeverdachte 4] B.V en/of [medeverdachte 5] B.V. en/of een
of meer ander(en) of alleen,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans (opzettelijk)
heeft witgewassen, hierin bestaande dat zij, verdachte, en/of haar mededader(s),
(sub a)
van (een) voorwerp(en), bestaande uit, een of meer geldbedrag(en), tot een
totaalbedrag van ongeveer EUR 10.893.200 (bestaande uit EUR 393.500 en EUR
260.000 en EUR 10.239.700 (AMB-057, DOC-713)), althans enig geldbedrag, de
werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding
en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen
en/of verhuld heeft/hebben wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven
voorwerpen geldbedrag(en) is/was of wie bovenomschreven voorwerpen
geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad, en/of
(sub b)
(een) voorwerp(en), bestaande uit een of meer geldbedrag(en), tot een
totaalbedrag van ongeveer EUR 10.893.200, althans enig geldbedrag,
heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben (gehad) en/of
heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van een voorwerp
gebruik heeft/hebben gemaakt,
terwijl zij, verdachte, en/of haar rnededader(s) wist(en) dat dit/deze
geldbedrag(en) (deels) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit
enig(e) misdrij(f)(ven).

3.De voorvragen

De rechtbank constateert dat de dagvaarding op 16 november 2023 aan [medeverdachte 2] is uitgereikt. Op de akte is aangekruist dat deze is uitgereikt aan de bestuurder van verdachte.
Uit het dossier blijkt het volgende:
  • [medeverdachte 3] trad op 4 juni 2013 aan in de functie van bestuurder van verdachte en op 1 juni 2017 was zij nog steeds bestuurder (statuten verdachte, DOC-043 en uittreksel bedrijfsprofiel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 1 juni 2017, DOC-020);
  • Op 16 februari 2024 had verdachte (uitsluitend) de volgende (ingeschreven) bestuurders: [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8], allen in functie getreden op
  • 6 september 2023 (uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 16 februari 2024);
  • [medeverdachte 3] is getrouwd met [medeverdachte 2].
Uit het voorgaande kan niet worden afgeleid of [medeverdachte 2] op 16 november 2023 (de datum van uitreiking) bestuurder was van verdachte.
De rechtbank kan dus niet vaststellen of [medeverdachte 2] op 16 november 2023 bestuurder was van de verdachte. De rechtbank is daarom van oordeel dat de dagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend, zodat die dagvaarding, nu niemand op de terechtzitting is verschenen namens of gemachtigd door verdachte, nietig verklaard dient te worden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.