Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
€ 643,13 bruto;
€ 16.822,05 bruto;
€ 4.459,44 bruto aan niet betaalde vakantie uren;
€ 3.340,26 bruto aan nabetaling transitievergoeding;
€ 625,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
3.Het geschil
27 februari 2020 tot en met maart 2023 zijnde € 13.501.09 dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
27 februari 2020 dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen periode;
€ 124,-, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, gedaagde(n) daarover de wettelijke rente is of zijn verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 59.628,81. Op basis van de beschikking komt [eiser] over diezelfde periode tot een SV-loon van € 63.908,74.