Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Stichting Doe Mee(r), gevestigd te Hengelo,
de heer [partij B 1],en
mevrouw [partij B 2],
1.De procedure
2.Samenvatting
3.Het geschil
4.De beoordeling in conventie
€ 67,50 (0,5 punt salaris)
Rechtbank Overijssel
Partij A verhuurde sinds 2015 zijn woning aan partij B omdat hij in het buitenland woonde. Partij A vordert beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, onderbouwd met gezondheidszorgbehoefte en onderwijs voor zijn dochter in Nederland.
Partij B voert verweer dat dringend eigen gebruik niet is aangetoond en dat zij vanwege de woningmarkt geen passende alternatieve woonruimte kunnen vinden, mede door hun gezinssituatie en financiële beperkingen.
De kantonrechter oordeelt dat de noodzaak van partij A niet voldoende concreet is gemaakt en dat het belang van partij B om passende woonruimte te behouden zwaarwegend is. Ook is onvoldoende onderbouwd dat partij A geen andere huisvesting kan verkrijgen.
De vordering van partij A wordt daarom afgewezen. Daarnaast is partij A niet ontvankelijk ten opzichte van partij B zelf vanwege hun onderbewindstelling, maar wel ontvankelijk ten opzichte van hun bewindvoerder.
Partij A wordt veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen in voorwaardelijke reconventie worden niet behandeld vanwege afwijzing hoofdvordering.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen.