Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van poging tot doodslag;
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De vorderingen tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
medeplegen van poging tot doodslag;
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren;
betaling aande benadeelde partij
[slachtoffer 1](feiten 1 en 2): van een bedrag van
€ 3.602,83(zegge: drieduizend zeshonderd twee euro en drieëntachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2022, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 3.602,83, (zegge: drieduizend zeshonderd twee euro en drieëntachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 26 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aande benadeelde partij
[slachtoffer 2](feiten 1 en 2) van een bedrag van
€ 1.053,57(zegge: duizenddrieënvijftig euro en zevenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2022;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.053,57(zegge: duizenddrieënvijftig euro en zevenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel van 15 juni 2021 voorwaardelijk opgelegde
werkstrafvoor de duur van
40 uren(met parketnummer 08-057631-21);
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel van 14 juni 2022 voorwaardelijk opgelegde
werkstrafvoor de duur van
30 uren(met parketnummer 08-299476-21).
.
1. De zichtbare toestand van het slachtoffer.