Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. P.A. van der Vliet en van wat door haar gemachtigd raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
(primair), dan wel gefokte vogels, die niet zijn genoemd in bijlage A, B, C, D bij de CITES basisverordening, heeft verhandeld
(subsidiair),dan wel medeplichtig is geweest aan primair ten laste gelegde feit
(meer subsidiair), dan wel medeplichtig is geweest aan het subsidiair ten laste gelegde feit
(meest subsidiair);
(primair), dan wel daaraan medeplichtig is geweest
(subsidiair).
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
€ 50,-- (met de unieke nummers VB4736146474, VB4736146465, VB4736146456, VB4736146447) en drie bankbiljetten van € 5,-- (met de unieke nummers VB7325502337, YA4788669608, YA6514681895) [21] werden de twee bankbiljetten van € 50,-- met nummers VB4736146465 en VB4736146474 bij de doorzoeking van de woning aan [adres 1] in beslag genomen. [22]
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3.2 van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3.2 van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
60 (zestig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
30 (dertig) dagen;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit.