Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1]
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle
[naam]en
[verzoeker 6]uit Zwolle
Rechtbank Overijssel
De voorzieningenrechter van Rechtbank Overijssel behandelde op 21 februari 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 12 januari 2023 van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle om een omgevingsvergunning te verlenen voor de verbouwing van een werkplaats tot een woning aan een adres in Zwolle.
Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning en vroegen om schorsing van het besluit. De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdregel van de Algemene wet bestuursrecht is dat bezwaar of beroep de werking van een besluit niet opschort, tenzij er sprake is van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen spoedeisend belang was, omdat de geplande werkzaamheden zonder onomkeerbare gevolgen kunnen worden stopgezet en er nog geen verdere bouwwerkzaamheden gepland stonden. Ook de stelling dat het huisnummerbesluit een eigen adres verschaft, werd niet als spoedeisend belang erkend.
Hoewel de gemachtigde van verweerder erkende dat het besluit motiveringsgebreken bevat, met name dat niet per afwijking is aangegeven welke regels zijn toegepast, achtte de voorzieningenrechter dit geen reden voor voorlopige schorsing. Dit kan in de bezwaarfase nader worden onderbouwd.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van griffier C. Kuiper.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.