Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[A] ,
2.
[B],
1.De procedure
- de plaatsopneming van 14 december 2022 in [woonplaats] en de aansluitend gehouden mondelinge behandeling in het gerechtsgebouw in Zwolle;
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak draait het om een burengeschil over de juridische erfgrens tussen twee aangrenzende percelen. Eisers vorderen de eigendom van een strook grond terug die in gebruik is door gedaagde, hun buurvrouw. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat zij door bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van deze strook grond.
De rechtbank stelt vast dat de kadastrale grens niet ter discussie staat, maar dat gedaagde de strook grond in bezit heeft genomen door onder meer het bouwen van een paardenschuur en kippenhok over de erfgrens heen, het plaatsen van een afrastering en het planten van coniferen. Deze handelingen worden gezien als ondubbelzinnige en openbare machtsuitoefening die het oorspronkelijke bezit tenietdoet.
Eisers betwisten het bezit, maar hun argumenten worden onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank concludeert dat de verjaringstermijn van twintig jaar voor bevrijdende verjaring ruimschoots is voltooid, waardoor gedaagde eigenaar is geworden van de betwiste strook grond. De vorderingen van eisers worden afgewezen, terwijl de verklaring voor recht van gedaagde wordt toegewezen. Proceskosten worden aan de zijde van eisers opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en verklaart dat gedaagde eigenaar is van de strook grond door bevrijdende verjaring.