Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[de V.O.F.] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 november 2022, waarbij partijen zijn verschenen en waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier,
Rechtbank Overijssel
Partijen waren vennoten in een vennootschap onder firma (vof), waarbij eiser per 1 januari 2018 is uitgetreden en de overige vennoten de vof voortzetten. Eiser vordert een vergoeding voor goodwill op grond van het vennootschapscontract. De rechtbank oordeelt dat het contract geen bepalingen bevat die een vergoeding voor goodwill rechtvaardigen.
Het vennootschapscontract bepaalt dat de waarde van het aandeel van de uittredende vennoot wordt vastgesteld aan de hand van de jaarrekening, zonder dat goodwill daarin is opgenomen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat goodwill onderdeel uitmaakt van de waarde van zijn aandeel, mede omdat hierover voorafgaand aan de samenwerking geen afspraken zijn gemaakt.
De door eiser overgelegde waarderingsmemorandum van een registeraccountant, die goodwill berekent, is niet relevant omdat het contract geen basis biedt voor betaling daarvan. Ook de stelling dat bij verkoop van de vof goodwill wordt erkend, verandert hier niets. De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de uitgetreden vennoot tot betaling van een goodwillvergoeding wordt afgewezen.