Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 december 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [gedaagde 2] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser is eigenaar van een woning die sinds april 2022 wordt verhuurd aan gedaagden op basis van een huurovereenkomst tot maart 2024. Er is sprake van een aanzienlijke huurachterstand over 2023 en voortdurende ernstige overlast voor de omwonenden, waaronder luidruchtige ruzies en politieoptredens. Gedaagden hebben de achterstand niet betwist, maar voeren deels verweer tegen de hoogte van de boete en de ontruiming.
De kantonrechter overweegt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die alleen bij grote waarschijnlijkheid van toewijzing in een bodemprocedure kan worden bevolen. De huurachterstand is onbetwist en bedraagt ruim vier maanden, met een totaal van €4.220,60 na verrekening van betalingen. Gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van de huur en bijkomende kosten.
Het verweer tegen de boete wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en noodzaak van nader onderzoek. De persoonlijke omstandigheden van gedaagde 1 wegen niet op tegen het belang van eiser bij huurbetaling. Ook gedaagde 2 kan worden veroordeeld tot ontruiming omdat hij mogelijk terugkeert. De ontruiming wordt bevolen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast worden de proceskosten en nakosten toegewezen aan eiser.
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige huur, rente, incassokosten en proceskosten.