ECLI:NL:RBOVE:2023:5156
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en kennelijke ongegrondheid van wrakingsverzoek rechtbank Overijssel
Verzoekers dienden op 5 december 2023 een verzoek tot verschoning en wraking in tegen diverse medewerkers en rechters van de rechtbank Overijssel, waaronder griffiers en leden van de wrakingskamer. De wrakingskamer besloot af te zien van een mondelinge behandeling en beoordeelde het verzoek schriftelijk.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in het verschoningsverzoek, omdat alleen rechters zichzelf kunnen verschonen en verzoekers hiertoe niet bevoegd zijn. Het wrakingsverzoek werd eveneens afgewezen omdat verzoekers geen concrete feiten of omstandigheden aanvoerden die objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechters konden onderbouwen.
Daarnaast richtte het verzoek zich onterecht op niet-rechters, zoals griffiers en administratief personeel, die niet gewraakt kunnen worden. De wrakingskamer stelde vast dat het wrakingsverzoek grotendeels bestond uit algemene kritiek op de rechtspraak en dat het middel wraking lichtvaardig werd ingezet, wat als misbruik van recht werd aangemerkt. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekers in deze zaak niet in behandeling worden genomen.
De beslissing werd op 13 december 2023 in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verschonings- en wrakingsverzoek; het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken worden uitgesloten.