Uitspraak
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers,
het college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder,
McDonald's Nederland B.V., uit Amsterdam,
Rechtbank Overijssel
Verzoekers hebben bij de rechtbank Overijssel een voorlopige voorziening gevraagd om de aan McDonald’s verleende omgevingsvergunning voor de verbouwing van een rijksmonument te schorsen. Zij vrezen dat de verbouwing en de inbouw van technische installaties onomkeerbare schade aan het monument veroorzaken. De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
De rechtbank stelt dat voor het treffen van een voorlopige voorziening een zwaarwegend spoedeisend belang vereist is, waarbij sprake moet zijn van een onomkeerbare situatie of onherstelbaar nadeel. De verbouwing is reeds gestart, maar de exploitatie van het restaurant zal niet eerder dan medio maart 2024 aanvangen. Bovendien is een exploitatievergunning vereist en zal op het bezwaar van verzoekers worden beslist voordat het restaurant opent.
De voorzieningenrechter concludeert dat de bezwaren van verzoekers vooral betrekking hebben op de gevolgen van de exploitatie en niet op de verbouwing zelf. Omdat de verbouwing op eigen risico van de derde-partij plaatsvindt en niet onomkeerbaar is gebleken, ontbreekt het aan een spoedeisend belang. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de verbouwing van het rijksmonument wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.