Elbuco verhuurde via haar website elektronische apparatuur, waaronder een televisie en een playstation, die zij op 5 juli 2020 op naam van partij A zou hebben geleverd. Partij A betwist de ontvangst en het aangaan van de huurovereenkomst en stelt dat zij niet op het afleveradres woonde. Zij heeft partij B, haar voormalige vriend, in vrijwaring opgeroepen omdat hij volgens haar de huurder was.
De kantonrechter oordeelt dat Elbuco onvoldoende bewijs levert dat de overeenkomst met partij A tot stand is gekomen. De handtekening op een i-pad wordt betwist en er ontbreekt bewijs dat de chauffeur de identiteit van partij A heeft gecontroleerd bij aflevering. Hierdoor wordt de vordering van Elbuco afgewezen.
In de vrijwaringszaak verschijnt partij B niet, waardoor verstek wordt verleend. Echter, omdat de hoofdvordering tegen partij A is afgewezen, is er geen grond om de vordering in vrijwaring toe te wijzen. Partijen dragen ieder hun eigen kosten, waarbij Elbuco wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van partij A.