ECLI:NL:RBOVE:2023:4772
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde betaling na WhatsAppfraude
Eiser werd slachtoffer van WhatsAppfraude waarbij hij op 2 oktober 2019 in totaal €2.989,29 overmaakte naar de bankrekening van gedaagde, die niet de zus was die zich voordeed in de berichten. Eiser deed op 4 oktober 2019 aangifte van oplichting. Gedaagde is in een strafzaak veroordeeld wegens medeplichtigheid aan witwassen door zijn bankrekening en bankpas ter beschikking te stellen.
Eiser vordert terugbetaling van het bedrag op grond van onverschuldigde betaling dan wel onrechtmatige daad. De rechtbank oordeelt dat sprake is van onverschuldigde betaling omdat er geen rechtsgrond voor de betaling bestond. Omdat het geld op de rekening van gedaagde is gestort, moet hij het bedrag terugbetalen, ongeacht of hij het geld feitelijk heeft ontvangen.
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af omdat deze onvoldoende is onderbouwd en niet meer omvat dan enkele aanmaningen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €2.989,29 met wettelijke rente vanaf 9 september 2022.