De zaak betreft een geschil over de vraag of eisers dwangsommen aan gedaagde zijn verbeurd wegens niet-naleving van een vonnis van 21 maart 2023 betreffende het plaatsen van een erfafscheiding en het verwijderen van funderingsonderdelen.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat eisers niet aan het vonnis hebben voldaan. De schutting is verplaatst conform de rechterlijke uitspraak, en de discussie over de exacte positie aan de achterzijde kan niet leiden tot een verbeurde dwangsom. Ook is de overbouw verwijderd en is het resterende kleine deel van de fundering onvoldoende om te concluderen dat niet aan het vonnis is voldaan.
Daarom wordt de executie van het vonnis geschorst totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is vastgesteld dat eisers in gebreke zijn gebleven. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.