ECLI:NL:RBOVE:2023:4450
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak
Het Openbaar Ministerie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en veroordeelde tot betaling van €750.690,20 aan de Staat. Deze vordering werd behandeld tijdens meerdere openbare terechtzittingen waarbij de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, aanwezig was.
Op de zitting van 26 september 2023 heeft de officier van justitie gevorderd dat de ontnemingsvordering wordt afgewezen vanwege de vrijspraak van de feiten waarop de vordering was gebaseerd. De raadsman van de verdachte ondersteunde dit standpunt en stelde dat de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard bij gebrek aan een veroordeling.
De rechtbank oordeelt dat nu de verdachte bij vonnis van 3 oktober 2023 is vrijgesproken van de feiten die ten grondslag lagen aan de ontnemingsvordering, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering. De rechtbank wijst de vordering af en verklaart het OM niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van de verdachte.