ECLI:NL:RBOVE:2023:4350
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling bedragen uit beëindigde relatie
Partijen hadden een affectieve relatie die in december 2022 is beëindigd. Tijdens deze relatie heeft eiser meerdere bedragen aan en voor gedaagde betaald. Eiser vorderde terugbetaling van in totaal circa €2.024,00, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Gedaagde erkent dat zij geld en cadeaus heeft ontvangen maar betwist dat er afspraken waren over terugbetaling. Zij stelt dat zij onder druk is gezet en dat haar toezeggingen via WhatsApp niet als bindend kunnen worden beschouwd. Eiser heeft betalingen onderbouwd met bankafschriften en facturen, maar onvoldoende duidelijk gemaakt welke bedragen waarvoor zijn betaald en of deze terugbetaald moeten worden.
De kantonrechter oordeelt dat eiser niet aan zijn stelplicht heeft voldaan en dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De WhatsApp-berichten zijn onvoldoende concreet en er is onduidelijkheid over de aard van de betalingen. Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing; eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.